In mijn fine-art natuurfotografie komen dieren, landschappen en kleine natuurdetails samen. Ik houd van eenvoudige beelden: een dier met veel ruimte eromheen, een silhouet in tegenlicht of een zwerm die één groot geheel vormt. Het onderwerp is belangrijk, maar de omgeving bepaalt mee hoe de foto eruitziet. In mijn essay over minimalistische wildlifefotografie laat ik zien wat me in zulke beelden aantrekt.
Ik ga doelgericht op pad, voor een dier dat ik wil vinden of een abstract beeld dat ik in gedachten heb. Vaak keer ik terug naar dezelfde plek, tot het licht en de omstandigheden kloppen. Zo leer ik een plek ook steeds beter kennen. Tegelijk blijf ik om me heen kijken. Sommige van mijn favoriete foto's ontstonden uit iets wat ik onderweg onverwacht tegenkwam.
Ik probeer de foto zoveel mogelijk in de camera te maken. Wachten, mijn standpunt kiezen en precies die kleine beweging vastleggen horen bij het plezier van fotograferen. Achteraf pas ik meestal alleen wat contrast, kleur en scherpte aan. Het uiteindelijke beeld blijft dicht bij de oorspronkelijke opname. Soms voelt de scène in het veld al zwart-wit; soms worden de vormen sterker als ik een beetje kleur weghaal. Over die keuzes vertel ik meer in mijn essay over zwart-wit natuurfotografie.
Aan elke foto zit een herinnering. Bij Flock of Gold denk ik weer aan de tienduizenden kanoeten in Norfolk, het gouden ochtendlicht en het wachten tot één vogel zijn vleugels opende. Ik ben trots op de prijzen, maar de ervaring om daar te zijn is voor mij net zo waardevol.
Ik blijf experimenteren en fotograferen wat ik zelf mooi vind. Zo heb ik mijn eigen stijl gevonden. Mijn boek From nature to art brengt die ontwikkeling samen: van vastleggen wat ik zag naar een eigen manier om de natuur in beeld te brengen.



